Geschiedenis

Le pion charmant

Het is een rare titel voor een damblad met problemen, maar in de Franse taal vind ik het toch mooier klinken, het betekent: “De mooie damsteen”. Na een aantal diagrammen al geplaatst te hebben in het “Nieuws Bulletin” onder de naam “Broodje dam met winst”, wordt het tijd dat er een uitgave komt met meer dan één diagram op papier.

diagram 1We gaan aan het eerste diagram beginnen, wit heeft als lokzet 1. 16-11 gespeeld en zwart is er achter gelopen met 1....1-6. Zie hiernaast de diagram.

Nu zit er iets grappigs in voor wit, het is een gewonnen stand voor wit. De notatie: 2. 32-28 23×21 3. 26×17 18×47 4. 48-42 47×29 5. 34×3 12×21 6. 3×26 6×17 7. 26×35. Dit is een stand die ik in november 2008 gemaakt heb, over deze stand heb ik 3 weken gedaan.

diagram 2Hiernaast staat een diagram die ik in januari 2009 heb gemaakt. Het is misschien wel een simpel probleem, maar wel moeilijk om het goed te laten verlopen (dat elk detail zou kloppen). Hier is de notatie: 1. 17-12 8×17 2. 27-21 18×29 3. 21×1 23×32 4. 34×5 43×34 5. 40×20 25×14 6. 5×38… als zwart 6....36-41 speelt, dan speelt wit gewoon 7. 38-47. Dan moet zwart wel 7....41-46 spelen, vervolgens speelt wit dan 8. 44-39 en dan is het uit voor zwart, want het maakt niet uit waar hij met zijn dam naartoe gaat, wit pakt de zwarte dam altijd.


diagram 3´t Diagram hiernaast is een stuk werk waar ik zeker wel 5 weken aan gewerkt heb, want het liep een paar keer niet lekker voor mij, als ik bezig was met deze stand. Maar uiteindelijk heb ik hem afgelopen mei kunnen afmaken. Hier komt de notatie: 1. 28-22 17×28 2. 47-41 26×17 3. 27-22 18×27 4. 32×21 17×26 5. 45-40 35×33 6. 38×7 1×12 7. 37-31 26×37 8. 41×3.


Op de achterkant staan nog twee diagrammen om te behandelen en het zesde diagram is een leuke prijsvraag.

diagram 4Dit is een partijfragment van het damtoernooi DNC Open. Daar heb ik zelf ook aan mee gedaan, ik heb leuke partijen gespeeld!! Zoals de partij die hiernaast staat. Ik moest tegen E. Pronk. Hij had wit en ik had zwart. Ik nam een doorbraak waardoor wit een schijf moest weggeven omdat ik dan alsnog naar dam zou lopen. Het eindspel was mooi en ingewikkeld, maar daar zal ik niet op ingaan. De notatie: 25. 40-34 17-22 26. 28×17 11×31 27. 36×27 24-29 28. 33×24 19×30 29. 35×24 14-20 30. 25×14 9×40 31. 45×34 23-28 32. 32×23 18×40 33. 39-34 40×29. Ik vind zelf dat dit de mooiste partij is.

diagram 5Dit is een diagram die ik nog recent heb afgemaakt, want om het kunstwerk af te maken, moet je alle andere mogelijke bijoplossingen verwijderen. Ook dit was weer een project van 7 weken, dus ik hoop dat jullie het mooi zullen vinden. Hier komt de notatie: 1. 33-29 24×33 2. 35×24 20×29 3. 47-41 36×47 4. 48-42 47×38 5. 32×43 23×32 6. 34×5

diagram 6DE BONUS: Hier is dan eindelijk de bonusvraag. Jullie moeten ´t diagram dat hiernaast staat goed oplossen. Dan als jullie de stelling hebben opgelost, moeten jullie erbij zetten waar dit diagram vandaan komt, want ik heb het ergens uitgehaald. Lever de oplossingen bij mij in en de week daarop heb ik de uitslag. Jullie kunnen de oplossingen sturen naar mijn email adres, dat is: RH__93@hotmail.com. De winnaar krijgt een drankje en iets anders lekkers erbij. Succes!!

Ik hoop dat jullie het boeiend vonden en er wat van geleerd hebben, kijk dus goed uit in zulke standen als die ik heb laten zien. Over een paar weken kom ik met de tweede uitgave van de serie: Le pion charmant.

Auteur: Ralf Harsveld

Uitgave eerste druk: Damclub Den Haag


Rubriek Technische Geschiedenis Nieuwsbrief ODB/Haeghe-Z

Maart 2009 no. 3


Redacteur: Tony Bruijns


Een partij van Pertap Malahe tegen 4-voudig oud-kampioen van Nederland Wim de Jong (1956-1960-1961-1962) uit de gedenkwaardige ontmoeting RDG/DIO 1 - Côte d'or 1 in de 6e competitieronde.

Pertap Malahe - Wim de Jong 2-0  25-11-1989

 1. 32-28 18-22  2. 37-32 12-18  3. 41-37  7-11  4. 34-29  1- 7

 5. 46-41 20-25  6. 29-24 19x30  7. 35x24 14-20  8. 39-34 20x29

 9. 34x23 18x29 10. 33x24 22x33 11. 38x29 10-14 12. 43-39 17-21

13. 32-27 21x32 14. 37x28 16-21 15. 39-33 14-20 16. 41-37 11-16

17. 37-32  7-11 18. 42-37 11-17 19. 31-26 21-27 20. 32x21 16x27

21. 37-32 27x38 22. 33x42  2- 7 23. 44-39  7-11 24. 39-33  4-10

25. 42-38 12-18 26. 48-43  9-14 27. 50-44  8-12 28. 38-32  3- 8

29. 43-38 17-21 30. 26x17 12x21 31. 36-31  8-12 32. 31-27 21-26

33. 47-42 14-19 34. 40-35 19x30 35. 35x24 10-14 36. 44-40 11-17

37. 42-37  6-11 38. 49-43 11-16 39. 27-21 32x21 40. 32x21 18-22

41. 43-39  5-10 42. 28-23 22-28 43. 33x11 26x 6 44. 40-34 13-18

45. 45-40

Naast de daverende historische zege van Fred Ivens tegen Harm Wiersma is de overwinning van Pertap er ook eentje om in te lijsten'. Pertap die tijdens de Goodwill Olympics nog met 7 punten op een 11e plaats eindigde, is tijdens de WHDB-kampioenschappen met een overwinning op Walter Thoen op een gedeelde 1e plaats geëindigd. Ron Heusdens en Pertap scoorden beiden 12 uit 8.

Partijen van Evert Bronstring zijn altijd wel leerzaam. Drie overwinningen tegen slechts 1 nederlaag bleek te veel van het goede voor Côte D'or 1. Gemotiveerd en wellicht geïnspireerd door het aantrekken van Michael Korenjewski werd er verdiend met 12-8 gewonnen tegen de koploper.

Drs. Evert Bronstring - Wim Jurg 2-0 25-11-1989

 1. 33-28 18-23  2. 39-33 12-18  3. 44-39  7-12  4. 31-27 20-24

 5. 37-31 14-20  6. 41-37 10-14  7. 46-41  2- 7  8. 49-44  5-10

 9. 31-26 20-25 10. 34-29 23x34 11. 40x20 15x24 12. 37-31 18-23

13. 41-37 24-30 14. 35x24 19x30 15. 28x19 14x23 16. 33-28 13-18

17. 28x19 18-22 18. 27x18 12x14 19. 38-33 30-35 20. 42-38 14-19

21. 47-42 10-14 22. 45-40  7-12 23. 32-28  9-13 24. 38-32  1- 7

25. 43-38 17-22 26. 28x17 11x22 27. 32-28  7-11 28. 28x17 11x22

29. 37-32  3- 9 30. 32-27 12-17 31. 27x18 13x22 32. 38-32  9-13

33. 42-38 19-24 34. 32-27  4- 9 35. 27x18 13x22 36. 38-32 14-19

37. 40-34  6-11 38. 32-28 16-21 39. 31-27 21x23 40. 26-21 17x26

41. 33-29 24x33 42. 39x 6 19-24 43.  6- 1 23-28 44.  1- 6 28-32

45.  6-39  9-14 46. 39-33 24-30 47. 33-20

Ton Sijbrands en Anatoli Gantwarg speelde een herkamp om de 2e plaats van het WK  1988 in Paramaribo. Ton Sijbrands won de tweekamp over 6 partijen in Deventer met 7-5 en verwierf hiermee het recht Wereldkampioen Alexei Tsjizjov uit te dagen om de Wereldtitel.

Ton Sijbrands - Anatoli Gantwarg 2-0 derde matchpartij

 1. 33-28 17-21  2. 39-33 21-26  3. 44-39 11-17  4. 50-44 18-23

 5. 31-27  6-11  6. 34-29 23x34  7. 40x29 20-25  8. 44-40 14-20

 9. 39-34 10-14 10. 37-31 26x37 11. 42x31  5-10 12. 43-39 19-24

13. 47-42 14-19 14. 41-37 10-14 15. 49-44 17-21 16. 31-26  1- 6

17. 26x17 11x31 18. 36x27  7-11 19. 48-43 11-17 20. 27-22 13-18

21. 22x13  9x18 22. 28-23 19x28 23. 33x13  8x19 24. 46-41 24x33

25. 39x28  3- 9 26. 44-39  9-13 27. 38-33  4- 9 28. 42-38  2- 8

29. 34-29 19-24 30. 40-34 17-22 31. 28x17 12x21 32. 32-28 13-19

33. 38-32  9-13 34. 37-31  6-11 35. 41-37  8-12 36. 43-38 21-26

37. 31-27 24-30 38. 35x24 19x30 39. 45-40 11-17 40. 28-23 30-35

41. 32-28 35x44 42. 39x50 17-21 43. 27-22 12-17 44. 22x11 16x 7

45. 28-22 14-19 46. 23x14 20x 9 47. 29-24  9-14 48. 34-29 21-27

49. 22x31 14-19 50. 33-28 19x30 51. 28-22 15-20 52. 29-23  7-12

53. 23-18 12x23 54. 22-17 30-34 55. 17-11 34-39 56. 11- 7 23-29

57.  7- 2 39-43 58.  2x48 29-34 59. 48x30 25x34 60. 31-27 34-39

61. 27-22 20-24 62. 22-18 24-19 63. 18-13 29-33 64. 38x29 39-43

65. 13- 9 43-49 66. 29-23 Zwart geeft op.

Infobron: RDG/DIO Koerier.


Beste damvrienden,

Bijgaand de partijen die Anatoli wil behandelen op de masterclass van zondag
16-11-2008.
12.00-15.00 uur in het Denksportcentrum in Delft.

Vriendelijke groet,
Henk de Witt

 

(1) Gantwarg, A. - Mardosa, S. 2-0

WMSG men Forbidden City, 04-10-2008

 1. 32-28 17-22  2. 28x17 11x22  3. 37-32  6-11  4. 41-37 12-17

 5. 46-41  7-12  6. 34-29 20-24  7. 29x20 15x24  8. 32-27  1- 6

 9. 40-34 19-23 10. 44-40 23-28 11. 50-44  2- 7 12. 34-30 14-19

13. 30-25 10-14 14. 40-34  5-10 15. 44-40 19-23 16. 34-30 14-19

17. 38-32 10-14 18. 25-20 14x34 19. 40x20  9-14 20. 20x 9  3x14

21. 45-40 19-24 22. 40-34 14-20 23. 42-38 17-21 24. 47-42  4- 9

25. 34-30 11-17 26. 30x19 23x14

 

(1) Valneris, G. - Lognon, O.

WMSG men Forbidden City, 04-10-2008

1. 32-28 17-21 2. 34-29 20-24 3. 29x20 15x24 4. 40-34 21-26 5. 45-40 18-23 6. 34-30 23x32 7. 37x28 26x37 8. 41x32 12-18 9. 40-34 18-23 10. 30-25 13-18 11. 50-45 10-15 12. 44-40 16-21 13. 34-30 11-16 14. 36-31 21-26 15. 42-37 7-12 16. 31-27 8-13 17. 47-42 2-8 18. 46-41 1-7 19. 41-36 7-11 20. 39-34 14-20 21. 25x14 9x20 22. 30-25 4-9 23. 25x14 9x20 24. 43-39 11-17 25. 34-30 20-25 26. 39-34 17-21 27. 49-44 5-10 28. 34-29 23x34 29. 40x20 25x14 30. 45-40 19-24 31. 30x19 13x24 32. 40-34 8-13 33. 44-39 14-19 34. 37-31 26x37 35. 42x31 10-14 36. 31-26 12-17 37. 48-42 17-22 38. 26x17 22x11 39. 42-37 18-23 40. 34-30 3-8 41. 36-31 8-12 42. 30-25 12-17 43. 28-22 17x28 44. 33x22 11-17 45. 22x11 16x7 46. 38-33 14-20 47. 25x14 19x10 48. 33-28 23-29 49. 28-22 7-12 50. 31-26 10-14 51. 27-21 14-19 52. 21-17 12x21 53. 26x17 13-18 54. 22x13 19x8 55. 32-27 15-20 56. 27-22 20-25 57. 22-18 25-30 58. 18-12 29-33 59. 39x28 30-34 60. 12x3 34-39 61. 3-8 39-44 62. 8x30 44-49 63. 30-24 2-0

 

(1) Goeljaev, N. - Gantwarg, A.

WMSG men Forbidden City, 06-10-2008

1. 34-29 18-22 2. 31-26 12-18 3. 37-31 7-12 4. 31-27 22x31 5. 26x37 16-21 6. 32-28 1-7 7. 40-34 11-16 8. 45-40 7-11 9. 38-32 19-23 10. 28x19 14x23 11. 32-28 23x32 12. 37x28 10-14 13. 43-38 5-10 14. 36-31 21-27 15. 31x22 18x27 16. 28-23 13-18 17. 35-30 20-25 18. 30-24 8-13 19. 41-37 3-8 20. 48-43 17-22 21. 40-35 11-17 22. 46-41 16-21 23. 33-28 22x33 24. 39x28 21-26 25. 44-39 6-11 26. 38-32 27x38 27. 43x32 11-16 28. 50-44 17-21 29. 41-36 12-17 30. 23x3 13-19 31. 24x13 9x18 32. 3x20 15x22 33. 36-31 2-8 34. 32-28 22x33 35. 39x28 8-13 36. 44-39 10-14 37. 49-44 14-19 38. 34-29 17-22 39. 28x17 21x12 40. 31-27 19-23 41. 29-24 4-10 42. 42-38 10-15 43. 39-34 23-28 44. 44-39 12-17 45. 38-32 18-23 46. 27-22 26-31 47. 22x33 31x42 48. 47x38 17-22 49. 33-29 13-18 50. 39-33 16-21 51. 35-30 21-26 52. 24-19 23x14 53. 32-28 26-31 54. 28x17 31-36 55. 17-11 36-41 56. 11-7 41-46 57. 7-2 14-20 58. 30-24 1-1

 

(1) Tokoesarov, I. - Thijssen, K.

WMSG men Great Wall, 04-10-2008

1. 32-28 20-25 2. 37-32 15-20 3. 41-37 10-15 4. 46-41 17-21 5. 31-26 5-10 6. 26x17 12x21 7. 36-31 21-26 8. 41-36 7-12 9. 34-30 25x34 10. 39x30 20-25 11. 44-39 25x34 12. 39x30 15-20 13. 30-25 20-24 14. 40-34 18-23 15. 45-40 12-18 16. 34-30 1-7 17. 50-45 7-12 18. 43-39 11-17 19. 49-43 17-21 20. 31-27 23-29 21. 27-22 18x27 22. 37-31 26x37 23. 42x22 13-18 24. 22x13 9x18 25. 39-34 18-23 26. 36-31 12-17 27. 25-20 24x15 28. 33x13 8x19 29. 31-27 15-20 30. 30-25 2-8 31. 34-29 23x34 32. 40x29 10-15 33. 45-40 3-9 34. 28-22 17x37 35. 38-32 37x28 36. 43-39 21x32 37. 39-33 28x39 38. 40-34 39x30 39. 35x2 2-0

 

(1) Gantwarg, A. - Tokoesarov, I.

WMSG men Play Offs, 10-10-2008

1. 32-28 18-23 2. 38-32 12-18 3. 31-27 7-12 4. 43-38 20-24 5. 37-31 14-20 6. 41-37 10-14 7. 49-43 1-7 8. 34-29 23x34 9. 40x29 20-25 10. 29x20 15x24 11. 27-22 18x27 12. 31x22 5-10 13. 45-40 16-21 14. 40-34 24-30 15. 35x24 19x30 16. 46-41 10-15 17. 36-31 21-26 18. 41-36 14-20 19. 34-29 30-35 20. 39-34 20-24 21. 29x20 25x14 22. 43-39 14-20 23. 33-29 17-21 24. 31-27 11-16 25. 38-33 12-18 26. 42-38 7-11 27. 50-45 8-12 28. 45-40 20-25 29. 48-43 9-14 30. 36-31 12-17 31. 29-23 18x29 32. 34x23 15-20 33. 40-34 14-19 34. 23x14 20x9 35. 33-29 13-19 36. 38-33 9-14 37. 29-23 14-20 38. 23x14 20x9 39. 33-29 9-14 40. 43-38 14-20 41. 38-33 4-10 42. 29-23 2-8 43. 33-29 10-15 44. 47-42 20-24 45. 29x20 15x24 46. 42-38 3-9 47. 38-33 9-14 48. 23-18 14-20 49. 18-12 8-13 50. 12-7 11x2 51. 22x11 6x17 52. 33-29 24x22 53. 27x9 17-22 54. 32-28 22x33 55. 39x28 20-24 56. 9-4 2-7 57. 37-32 26x37 58. 32x41 24-29 59. 34x23 25-30 60. 23-19 30-34 61. 19-14 34-40 62. 44-39 40-45 63. 14-10 2-0 (2.03/2.12)

 

(1) Gantwarg, A. - Tokoesarov, I.

WMSG men Play Offs, 10-10-2008

1. 32-28 18-23 2. 38-32 12-18 3. 31-27 7-12 4. 43-38 20-24 5. 37-31 14-20 6. 41-37 10-14 7. 49-43 1-7 8. 34-29 23x34 9. 40x29 20-25 10. 29x20 15x24 11. 27-22 18x27 12. 31x22 5-10 13. 45-40 16-21 14. 40-34 24-30 15. 35x24 19x30 16. 46-41 10-15 17. 36-31 21-26 18. 41-36 14-20 19. 34-29 30-35 20. 39-34 20-24 21. 29x20 25x14 22. 43-39 14-20 23. 33-29 17-21 24. 31-27 11-16 25. 38-33 12-18 26. 42-38 7-11 27. 50-45 8-12 28. 45-40 20-25 29. 48-43 9-14 30. 36-31 12-17 31. 29-23 18x29 32. 34x23 15-20 33. 40-34 14-19 34. 23x14 20x9 35. 33-29 13-19 36. 38-33 9-14 37. 29-23 14-20 38. 23x14 20x9 39. 33-29 9-14 40. 43-38 14-20 41. 38-33 4-10 42. 29-23 2-8 43. 33-29 10-15 44. 47-42 20-24 45. 29x20 15x24 46. 42-38 3-9 47. 38-33 9-14 48. 23-18 14-20 49. 18-12 8-13 50. 12-7 11x2 51. 22x11 6x17 52. 33-29 24x22 53. 27x9 17-22 54. 32-28 22x33 55. 39x28 20-24 56. 9-4 2-7 57. 37-32 26x37 58. 32x41 24-29 59. 34x23 25-30 60. 23-19 30-34 61. 19-14 34-40 62. 44-39 40-45 63. 14-10 2-0 (2.03/2.12)

 

(1) Schwarzman, A. - Anikejev, Y.

WMSG men Great Wall, 08-10-2008

1. 32-28 18-23 2. 33-29 23x32 3. 37x28 20-25 4. 39-33 14-20 5. 44-39 19-23 6. 28x19 13x24 7. 50-44 10-14 8. 38-32 5-10 9. 43-38 17-21 10. 32-28 9-13 11. 41-37 21-26 12. 37-32 26x37 13. 42x31 11-17 14. 46-41 14-19 15. 41-37 10-14 16. 49-43 4-9 17. 48-42 17-21 18. 31-26 7-11 19. 26x17 11x22 20. 28x17 12x21 21. 36-31 21-26 22. 31-27 6-11 23. 32-28 8-12 24. 28-22 2-8 25. 33-28 24x33 26. 38x29 19-24 27. 43-38 24x33 28. 38x29 14-19 29. 29-24 20x29 30. 34x14 9x20 31. 39-33 20-24 32. 40-34 11-17 33. 22x11 16x7 34. 44-39 12-18 35. 42-38 13-19 36. 27-22 18x27 37. 28-23 19x28 38. 33x31 8-13 39. 31-27 7-12 40. 37-32 3-9 41. 32-28 9-14 42. 38-33 14-19 43. 47-42 12-18 44. 42-37 1-7 45. 27-22 18x27 46. 28-23 19x28 47. 33x31 13-18 48. 31-27 7-11 49. 39-33 18-23 50. 37-32 15-20 1-1


Technische Rubriek Geschiedenis Nieuwsbrief ODB/Haeghe-Z

Oktober 2008 no. 10

Redacteur: Tony Brujns

OMKE WIEGER

een beschaver

In Den Haag begint de beschaving. Dat gold althans voor Douwe de Vries, winnaar van de R.H. Dijkstraprijs. In Den Haag woonde 'Omke Wieger', die regelmatig naar het hoge noorden toog om te vissen en een passant  de jonge Douwe in te wijden in de geheimen van de vaderlandse kultuur. Later volgden daar talloze bezoekjes op van Douwe aan de residentiestad. Omke Wieger leerde zijn neefje het verschil tussen goed en fout, tussen echte akteurs en typetjes, tussen de goede en de slechte Vesdijks. Portret van een klassiekje autodidakt.

 Omke Wieger was geen echte oom van mij, maar een schoolvriend van Pake. Hun vriendschap hield hun leven lang stand.

 Omke Wieger kwam ieder jaar vanuit het volle Den Haag naar Friesland om te vissen. Alles moest daarvoor goed worden geregeld. Wij moesten een boot bij hellingbaas Sietze bespreken, het visgerei in orde brengen en zorgen voor aas. De ranke, uit lange latten, opgebouwde, licht roeiende boot bleek echter een dag voor zijn komst al uitgeleend en we moesten het doen met een sompige, logge, wrakke schouw, waarbij een hoosblik onontbeerlijk was. Het de vorige zomer aangeschafte visgerei, de hengel van fraai donker bamboe met het soepel opwippende topje en het prachtig rechtopstaande dobbertje, waren spoorloos. Wormen konden we niet vinden. Er moest met oud brood worden gevist.

Dit soort logistieke tegenslag vormde een jaarlijks terugkerend ritueel.

De vakantie van Wieger begon met veel gemopper, waarbij hij Pake, Beppe, Heit en Mem beklaagde met de ondeugdelijkheid van hun kroost. 'Die jongens van jullie zijn nog te stom om voor de duvel te dansen', zei hij.

'Die komen nog wel eens bij een hoer zonder lul.'

De konversatie tussen Pake en Omke Wieger werd gereserveerd voor de drie fietstochten die ze tijdens zo'n vakantie maakten: Naar Eernewoude, Grouw, Zwartewegsend, Oudkerk of Buitenpost. Pake hees zich in zijn zondagse pak. Erg hoogdravend was het gesprek dan nog niet. Er werd lang gepraat over de veranderingen in het landschap, het interieur van een cafe, de prijzen van de konsumptie ('Voor hetzelfde kopje koffie betaal je op Scheveningen drie keer zo veel') en over mensen van het dorp die ze nog van vroeger kenden. Pake was een schaker en Wieger was een dammer en ook daarmee leefden ze in een wereld van verschil. Maar ze voelden zich zichtbaar prettig in elkaars gezelschap.

We mochten om de beurt mee vissen. want twee of drie van die rotjongens tegelijkertijd in de boot gaf rotzooi. Roeien konden we niet, we aten de meegebrachte oudewijvenkoek op en dronken stiekem van de koffie uit de thermofles.

Voor het echt gezellig werd was er dus al heel wat afgemopperd. Wanneer we dan uiteindelijk aan de Lodde Hel, een rietomzoomde plas, zaten en de hengel uitgelegd was, werd er alleen nog maar gepraat.

Wieger kwam eigenlijk niet om te vissen. Vissen was een aardig alibi om aan het water te vertoeven. We vingen weinig. De te presenteren vangst bespraken we op de terugweg, waarbij het slot van veel visserslatijn altijd was, dat tot behoud van de magere visstand in de Lodde Hel alles was teruggezet.

 

Omke Wieger vulde, om het plechtig en hoogdravend te zeggen, het intellektuele vakuum dat er bij ons thuis bestond, waar de lektuur zich beperkte tot de Bijbel en het Friesch Dagblad met 'de kaarte forhaelen fan Paulus Akkerman'. Met hem kon je praten over wat je op school had opgestoken, over geschiedenis, taal en literatuur. Sterker. Via hem leerde je dichters, akteurs en andere kunstenaars in levende lijve kennen.

Het moet in de zomer van 1965 zijn geweest, dat ik voor het eerst alleen naar Den Haag mocht. Pas achteraf herken ik het programma in deze vakantiedagen. We stonden laat op, want Omke Wieger was gepensioneerd en had na meer dan veertig jaar kantooruren de dagen volgens een wat kultuurlijker patroon ingedeeld. Er werd rustig ontbeten en koffie gedronken en daarna gingen we op stap. Eerst naar het Mauritshuis, de Pulchri-Studio, het Gemeentemuseum en zelfs eens naar het Panorama Mesdag, hoewel dat volgens Wieger 'wel indrukwekkend, maar geen kunst' was. Daarna slenterden we rond in winkelstraten en boekhandels. Soms bezochten we nog een of ander toeristisch object: de Gevangenpoort, Ridderzaal of Tweede Kamer.

De bode in de Ridderzaal werd in het Fries aangesproken en antwoordde tot zijn verbazing ook in het Fries. Wieger legde dan uit dat alle rijksbodes deze taal beheersten, en dat de Friezen dus niet moesten blijven klagen over hun vermeende achterstelling. Hij had een hekel aan Fries chauvinisme. Wanneer er in Friesland weer eens geweeklaagd was over de verdorvenheid van het leven in de Randstad, stuurde Wieger een tijdlang kranteknipsels over moord en doodslag die op de Friese bodem had plaatsgevonden.

 

Het hoogtepunt van de vakantiedag was het borreluur in de Posthoorn aan het Korte Voorhout. In het stamgastenhoekje vlak bij het buffet verzamelde zich daar dagelijks een wisselend gezelschap van vaste klanten: de akteurs Henk van Buuren, Sjef van Leeuwen, Eric van Ingen, de dichters Willem Hussem, Jozef Eykmans, Cor Stutvoet, Rico Bulthuis, en iets onbestemder figuren als Jaap Eggen, dominee Koster en Cees Roovers. Cees Roovers, die voor de oorlog nog samen met Picasso had geexposeerd', hoorde als een meubelstuk in die hoek. Hij bestelde dan ook niks, maar kreeg altijd bijgeschonken.

Met de woorden 'en dit is mijn neefje uit Friesland' werd ik aan menig mij tot dan toe alleen van radio en tv bekend figuur voorgesteld. Wat bedeesd praatte ik met artistieke kanonnen als Ko van Dijk, Lo van Hensbergen of Paul van Vliet. Ik had groot ontzag voor de vertrouwelijke toon waarop Omke Wieger met iedereen konverseerde. Hij vertelde mopjes, deed goocheltrukjes en wist alle verhalen aan elkaar te breien. Hij liet zien wat 'zonder onderscheid des persoons' betekent. Niet het maatschappelijk aanzien, maar de persoonlijke sympathie bepaalde de aanspreektoon.

Kelner Theo werd net zo aangesproken als de gevierde Ko van Dijk.

Op enige vooringenomen sympathie konden alleen joden, homoseksuelen en zijn die in de oorlog 'enige bescheiden betrouwbaarheid' hadden vertoond rekenen.

Want de oorlog was voor Omke Wieger een ijkpunt. Voor en na de oorlog en goed en fout in de oorlog waren de meest terugkerende tweedelingen. Een Junker en Ruh-kachel en een Mercedes deugden niet.

Alhoewel: toen een rijke vriend ons eens in een Mercedes Sport 280 SLE thuisbracht en ik Omke Wieger voorzichtig met onze weinig principiele zijstap konfronteerde, mompelde hij dat hij te oud was geworden voor de tram en die man was verder toch wel aardig, ondanks zijn gebrek aan historisch besef. "Er zijn zo weinig mensen die de rotoorlog echt hebben meegemaakt, die er ook daarna nog enige konsekwentie uit getrokken hebben. En het verzet stelde toch ook eigenlijk geen ene rotmoer voor........En zo'n mercedes.....het was toch een komfortabel ritje....'

 Na het inzalven van zijn eczematische rug en armen die hem na zijn pensioen het leven met permanente jeuk vergalden, zaten we tot diep in de nacht in de achterkamer voor de boekenkast. Net als bij voetbal en de toppop-veertig zocht ik in de kunst de kompetitie. "Wie vind je beter', vroeg ik dan, Toon Hermans, Wim Sonneveld of Wim Kan'. 'Hij legde dan uit wat er zo goed was aan Wim Kan en aan de Clichemannetjes, de vaste radiorubriek van de jonge Van Kooten en De Bie. Waren Bomans en Carmiggelt ook literatuur?

(Onze leraar Nederlands had bezwaar tegen humor op de lijst) Ik kwam na zo'n vakantie terug met een selektie Bomans en Carmiggelt, maar ook met Achterberg en Nijhoff. Over toneel: 'Je hebt akteurs en typetjes. Een typetjesmaker kan wel goed zijn maar is geen akteur. Joop Doderer is Swiebertje en Ko van Dijk is een akteur'.

Waar hoort de komma in "To be or not to be."? Hoort er wel een komma in? En hoe vertaal je dat dan?

Over dat soort dingen, daar kon je uren over praten.

De slechtere boeken van Vestdijk kwamen ter sprake. "Alleen maar voor de poen, in permanente armoedewaan geschreven.'

De mooiste gedichten van Slauerhoff, Bloem, Achterberg en Nijhoff werd gereciteerd.

De Golem van Gustav Meyrink was het Boek dat je per se moest lezen en herlezen.

 

Na de dood van Omke Wieger heb ik me vaak afgevraagd waar hij al zijn wijsheid vandaan haalde. Hij had de avondhandelsschool gevolgd en werkte meer dan veertig jaar bij het Haagse gasbedrijf. Hij ontwikkelde zich verder in de sfeer van Volksuniversiteit, Wereldbibliotheek, Krisna Murti, antroposofie en socialistische beweging.

Tientallen jaren was hij voorzitter van het Residentie Damgenootschap, speelde zelf hoofdklasse en redigeerde damrubrieken en boekjes. Ten slotte was hij redakteur van het gemeentepersoneelsblad.

 Hij noemde zich pacifistisch sociaal-democraat, maar kritiseerde het opportunisme van de PvdA en het idealisme van de PSP. Hij was antifacist, maar verre van een CPN-sympathisant. Later vroeg ik de uit Den Haag afkomstige grafikus Jo Spier of hij misschien Wieger Hoekstra had gekend. Nou, die grijze klootzak herinnerde hij zich maar al te goed, want die hield het (kommunistisch verzet uit allerlei herdenkingskomites), beweerde Spier.

Wij noemden hem ook de Alde Grise. Hij was een rijzige, later licht gebogen en wat onzeker lopende man met een flinke bos zilvergrijs golvend haar en een bruin getint gelaat - niet zozeer van de zon, dan wel van de achter elkaar gerookte Kent-filtersigaretten.

 In de zomer van 1972, een jaar voordat hij zou overlijden, ging ik nog eens met Wieger roeien op de Lodde Hel. Zonder visgerei, gewoon een beetje kijken en wat lullen.

"Ik wil dat water nog wel eens voelen', zei hij terwijl hij opstond en in keurig pak gekleed, overboord stapte. Eenmaal te water begon hij te schreeuwen en te vloeken. Het was hier dan wel het Paradijs, maar ook verdomde koud. Ik hees hem weer aan boord. Bibberend zat hij in zijn kleren achterin de boot. Nee, hij wilde niet roeien om warm te worden.

"Al mag het dan mijn dood worden, het is toch weer even leuk geweest', zei hij.

 Douwe de Vries

 (Infobron: De Groene Amsterdammer 3 augustus 1988)


Technische Rubriek Geschiedenis Nieuwsbrief ODB/HAEGHE - Z

September 2008 no. 9

Redacteur: Tony Bruijns

DAMMEN

Door: Drs. W. van der Kooij

Wereldkampioenschap

Op het moment dat ik deze regels schrijf zijn er van de match tussen Tsjizjov en Sijbrands drie partijen gespeeld en is de stand 4-2 in het voordeel van de uitdager. Die voorsprong dankt Sijbrands aan zijn fraaie overwinning in de tweede partij. Dat voor de openingstheorie belangrijke duel heb ik weliswaar reeds becommentarieerd in de dagelijkse verslaggeving; nu is er echter gelegenheid dieper op een en ander in te gaan.

A. Tsjizjov - T. Sijbrands

Tweede partij 1990

  1. 32-28 20-25  2. 33-29   17-22   3. 28x17 11x22  4. 37-32 14-20  5. 39-33 10-14

  6. 44-39  5-10 7. 50-44  7-11    8. 41-37  11-17  9. 46-41  6-11  10. 31-26 2-  7

11. 37-31

Tot zover een bekend verloop in de Verminvariant en de nu ontstane positie heeft zich onder meer ook voorgedaan in de zesde partij van de herkamp tussen Gantwarg en Sijbrands vorig jaar. Gebruikelijk is hier de zet 1-6, maar evenals in zijn partij tegen Gantwarg vervolgde Sijbrands met 19-23. Deze voortzetting acht de zwartspeler een versterking, en hij heeft er dan ook zeer uitvoerig studie van gemaakt. Hoe grondig Sijbrands daarbij te werk gaat moge blijken uit het feit dat hij het nu volgende verloop, tot en met de schijfwinst 25. ...28-32, voor de match al op papier had staan!

12. 32-27

Gantwarg had hier 12. 32-28 23x32 13. 38x27 gedaan, waarop er na  14-19 14. 42-38 19-23 15. 29-24 20x29  16. 33x24  spannend spel ontstond.

Daar wit toch niet echt meer bereikte dan dat, speelt Tsjizjov nu iets anders.

In hoeverre de wereldkampioen deze variant had voorbereid was echter onduidelijk: geheel tegen zijn gewoonte in gebruikte hij in deze openingsfase namelijk veel bedenktijd.

14-19 13. 29-24 20x29 14. 33x24 19x30 15. 35x24 23-28 16. 38-33 10-14  17. 42-38

Door deze cruciale zet worden de spanningen hoog opgevoerd. Zwart mag nu weliswaar niet 28-32 spelen vanwege de dam 18. 27-21 16x27 19. 24-19 met na 14x23 20. 33-28en na  19...13x24 20. 33-29 enz. steeds met dam op 2, maar wit zal op die zet wel voortdurend iets moeten hebben.

14-19  18. 40-35 19x30 19. 35x249-14 20. 45-40 14-19 21. 40-35 19x30 22. 35x24 3- 9 23. 34-29

Tot hier toe verkeerde Sijbrands in onzekerheid omtrent het al dan niet voorbereid zijn van Tsjizjov. De tekstzet kwam dan ook als een verrassing: Sijbrands wist dat 23. 34-29 foutief was en dus had Tsjizjovs voorbereiding niet tot hier toe gereikt. En, wat natuurlijk belangrijker is: zwart heeft nu zeer goed, mogelijk reeds gewonnen, spel. In plaats van 23. 34-29 had wit 47-42 moeten doen. Na 28-32 24. 27-21 16x27 25. 42-37 is er dan een positie op het bord gekomen die voor de waarde van de gehele openingsvariant van groot belang is. Na de gespeelde zet mag zwart er opnieuw niet tussen (23...28-32? 24. 27-21 16x27 25. 24-19 enz. weer met dam op 2), maar hij heeft veel beter: 

1- 6!  Nauwkeurig gespeeld.

Doet wit nu namelijk  24. 41-37 dan laat zwart, winnend 15-20! (niet direct 24...17-21 25. 27x17 12x41 vanwege de dam 26. 24-19 13x24 27. 29x20  en 28. 31-27) 25. 24x15 17-21 26. 26x17 12x41 volgen. Had zwart  23...4-10?  gedaan, dan was 24. 41-37 wel mogelijk geweest: na  24.....25-30 25. 24x35 17-21 26. 26x 6 7-11 27. 6x17 12x41 28. 47-42 41-47 29. 31-27 22x31 30. 33x22 18x27 31. 38-33 47x38 32. 43x21 16x27 33. 48-42 heeft wit dan prachtig spel.

24. 47-42  4-10!  25. 44-40 Dit kost een schijf.

Relatief beter was nog 25. 42-37  met na 10-14 de volgende varianten:

- 26. 38-32? 14-20 27. 32x23 22-28 28. 23x32 18-22 enz. met winst voor zwart.

- 26. 44-40? 28-32 27. 37x28 18-23 28. 28x10 15x 4 29. 27x18 12x45+

- 26. 48-42? 14-20 met gewonnen spel, bijvoorbeeld 27. 44-40 17-21 28. 26x17 12x32

29. 38x27 18-23 enz. met dam op 47.

- 26. 24-20 15x24 27. 29x20 17-21! (Niet direct 25-30? want dan volgt  28. 33-29 14x25 29. 29-24

30x19 30. 27-21 16x27 31. 38-32 27x38 32. 43x3.) 28. 26x17 12x32 29. 38x27 25-30 met schijfwinst voor zwart.

- 26. 26-21 (de enige) 17x26 27. 38-32 14-20 28. 32x23 25-30 29. 24x35 20-24 30. 29x20   18x38 31. 43x32 15x24 32. 27x18 12x23 met zeer groot voordeel voor zwart, maar misschien kan wit hier nog vechten.

28-32!  De beslissende zet. In plaats daarvan lijkt ook 10-14 goed, een voortzetting waaraan Sijbrands veel tijd besteedde. Na rijp beraad zag hij er toch vanaf, daar hij na 26. 40-35 geen sluitende winst kon vinden.

26. 27-21 16x27 27. 40-34. Want 27. 42-37 faalt op 18-23! 28. 37x19 27-32 29. 38x18 12x45. In plaats daarvan niet 27. ...22-28? zoals ik in m'n commentaar ten onrecht heb aangegeven.

Weliswaar is dan 28. 31x22 18x27 29. 33x31 foutief daar zwart na 10-14 altijd winnend combineert, maar slaat wit 28. 33x22 dan zit er na 17x28 29. 31x33 geen slagzet in voor zwart.

18-23 28. 29x18 12x23. Zwart staat nu een gezonde schijf voor. En hoewel de stand er nog vrij ingewikkeld uitziet, is de strijd in feite gestreden.

29. 34-30  25x34 30. 39x30 10-14  31. 33-28  22x33 32. 38x18 13x22 33. 30-25    8-13 

34. 42-37  14-19  35. 37x28 22x33 36. 31x22 17x28  37. 41-37 19x30 38. 25x34  15-20

39. 36-31  13-19  40. 37-32 28x37 41. 31x42    9-13  42. 43-38 19-24 43. 38x29  24x33

44. 49-44  13-19  45. 42-38 33x42 46. 48x37  11-17  47. 37-32 7-12 48. 44-39   6-11 

49. 32-28  12-18 en de wereldkampioen gaf zich gewonnen.

Infobron: HC


TECHNISCHE RUBRIEK GESCHIEDENIS NIEUWSBRIEF ODB/HAEGHE-Z

Augustus 2008 no. 8

Redacteur: Tony Bruijns

Ovationeel applaus voor Sijbrands, titel voor Tsjizjov

Spanningen bij climax damstrijd

Amersfoort - Ton Sijbrands was gisteren heel dicht bij een tweede zege in de tweekamp tegen Alexei Tsjizjov. In razende tijdnood miste de Nederlander echter op de 49e zet tot ontsteltenis van zijn vele fans de winnende voortzetting. Daarmee was zijn kans op het heroveren van de wereldtitel definitief verkeken, als moest zijn Russische tegenstander ook in het slot van de partij nog secuur manoeuvreren om tot een puntendeling te komen.

"Dit is in een WK-match nog nooit vertoond", was het commentaar van Scholma en Moglianski voor een uitpuilende demonstratiezaal van het Amersfoortse stadhuis. Met honderden tegelijk waren de damliefhebbers naar de sinds een maand als "damcentrum" fungerende Keistad gekomen. Enige minuten na het begin moest de speelzaal al hermetisch worden afgesloten.

"Vol", vertelde de bode die erop moest toezien dat dit slotduel door niet en niemand verstoord kon worden. Sijbrands had in voorgaande duels het gedrag van het publiek nog wel eens als storend ervaren en dat moest ten koste van alles voorkomen worden.

Strategie

Storing konden de grootmeesters ook niet gebruiken, want van de eerste zet werd duidelijk dat Sijbrands een uiterste poging zou doen de titel alsnog te bemachtigen. Met secondant Johan Krajenbrink had de uitdager de laatste uren voor het slotduel benut om zijn strategie te bepalen. "Hij moest risico's nemen in een scherpe opening. Samen hebben we nagedacht over de opening die Tsjizjov zou willen spelen", verklaarde Krajenbrink tijdens het duel, waarin Sijbrands na tien zetten een tactische wending aanbracht.

De Partie-Bonnard die Tsjizjov tot ieders verwondering accepteerde, riep ongekende spanningen op. Het vergde ook het uiterste van de spelers, die ieder ruim een uur gebruikten voor de eerste veertien zetten. De vele grootmeesters die het duel volgden en op de slotdag nog door een aantal Russische collega's (voor de competitie van zaterdag overgekomen) werden versterkt, geloofden hun ogen niet. Dit is niet normaal. Waar beginnen ze aan", merkte oud-wereldkampioen Tsjegolev halverwege de partij op. Tsjizjov had op dat moment echter het initiatief, maar gaf dat na de dertigste zet zomaar uit handen.

"Uiterst onhandig gemanoeuvreerd", vond Wirny, die zich plotseling in het middelpunt van de belangstelling wist. Sijbrands kreeg nauwelijks weer kansen, omdat Tsjizjov een kansrijke vereenvoudiging overzag. Het Nederlandse kamp raakte in vervoering, als keek men wel bedenkelijk naar de klok. Op het moment dat beide dammers nog drie minuten hadden voor acht zetten, moest Tsjizjov een schijf prijs geven.

"Sijbrands moet nu kunnen winnen", was het oordeel van de analyserende grootmeesters, die echter de seconden zagen weg tikken, er bleef minder dan een minuut over voor vier zetten. In die situatie ging het fout. De teleurstelling in het Nederlandse kamp was groot. Het publiek beloonde Sijbrands, die als eerste de demonstratiezaal binnenkwam, met een ovationeel applaus. De 25-jarige wereldkampioen volgde even later en werd op een ten minste even langdurig applaus onthaald.

Vijftien maanden na Paramaribo heeft Tsjizjov de Nederlandse damwereld gedesillusioneerd achtergelaten.

"Ik ben gelukkig. Sijbrands heeft in tijdnood fouten gemaakt. Dat was jammer. Maar ik heb nooit getwijfeld aan mezelf. Na de achttiende partij kwam eigenlijk het moeilijkste deel van de match. Gelukkig heb ik ook dat tot een goed einde gebracht", aldus Tsjizjov die volgende week alweer achter het bord zit in Leningrad.

"Het landskampioenschap is ook belangrijk voor me", aldus een verlost van zorgen lachende Rus.

Infobron: HC


Technische/Geschiedenis brief HAEGHE-Z

Maart 2007 no. 12

redactie Tony Bruyns

Door: Fred Ivens

Hij debuteerde in 1933 in korte broek in het eerste tiental. Speelde samen met bekende RDG'ers als Jan van Mill, Jan Winkelman, Piet Kleute, Ben Springer, Wim Huisman, Philip Ham, Freek Gordijn, Henk Kinnegin en Ton Sijbrands in de hoofdklasse. Meer dan een halve eeuw handhaafde hij zich op het hoogste niveau. Aad Ivens was ook achter het bord een vechter-pur-sang, voor niets en niemand bang en daardoor vrijwel elk seizoen wel goed voor minimaal een stunt.

Ook plaatste hij zich - als enige Ivens - eenmaal voor de finale van het NK.

Het gebruik van de verleden tijd slaat uitsluitend op het afscheid dat de inmiddels 77- jarige accountant van de damtop heeft genomen. Vorige week vrijdag kreeg het voormalige bestuurslid van KNDB en FMJD een ere-wedstrijd aangeboden, waar hij nog een keer als kopman van RDG/DIO mocht fungeren. Z'n tegenstander was - geheel in stijl - Ton Sijbrands, die een elftal 'toppers' van weleer (o.a. Varkevisser, Sally de Jong, Tholel, Bom, Pershad, Springer) van het Residentie Dam Genootschap aanvoerde. We zullen het er maar op houden dat de uitslag ondergeschikt was aan de opzet van de wedstrijd.

Ivens maakte bij RDG twaalf van de dertien landstitels mee.

In 1961 zorgde hij hoogstpersoonlijk voor de beslissing. De diagramstand staat bekend als De Haas-Fabre. Ivens, meer 'n man van de praktijk dan een theoreticus, vond achter het bord de klassieke winstgang, waardoor RDG de herkamp tegen Joseph Blankenaar met 11-9 won.

Wit schijven op:

36, 37, 38, 39, 32, 35, 27, 28, 30, 25 (Lex den Doop)

zwart schijven op:

13, 14, 16, 17, 18, 19, 21, 23, 24, 26 (Aad Ivens)

Tegenstander Lex den Doop speelde hier foutief

46. 39-33?

na 28-22 17x28 38-33 moet zwart remise maken.

46........... 17-22 47. 28x17 21x12 48. 33-28 24-29!  49. 28-22  12-17! 50. 22x11 16x  7 51. 38-33 29x38  52. 32x43  23-29!  53. 43-39 19-23

54. 39-34 29x40  55. 35x44  23-29 56. 37-32  7-12!  vlecht de finesse 32-28 26-31! 28-23 31x22 23x34 14-20  13-19 en 18x49 in het spel.

57. 44-40 29-33 58. 32-28?

Na 40-34 heeft wit meer overlevingskansen.

58.............33x31 59.  36x27 18-23 60. 40-34 23-28  61. 34-29 12-18 62. 30-24 28-32! 63. 27x38 26-31 64. 38-32 31-36 65. 32-28 36-41

66. 28-22 18x27  67. 24-20 14-19 68. 29-23 19x28 69. 20-14 41-47!  70. 14-10 13-19!

en ik kon - als debutant - dankzij pa m'n eerste landstitel bejubelen.

De 'ouwe' is ook trots op de twee remises, die hij Ton Sijbrands in de clubcompetitie wist te ontfutselen.

 

T. Sijbrands 1 (1964)

A. Ivens 1

  1. 32-28 18-22  2. 37-32 12-18 3. 31-26   7-12    4. 36-31  1-  7  5. 31-27 22x31 6. 26x37 16-21    7. 34-29 19-23  8. 28x19  14x34

  9. 40x29 10-14 10. 35-30 14-19 11. 30-25 19-24 12. 25x14 9x20 13. 32-28 21-26 14. 45-40  5-10 15. 39-34 20-25  16. 29x20  25x14 

17. 43-39 14-19 18. 50-45 10-14 19. 37-32 17-22 20. 28x17 11x22 21. 41-37  4-10 22. 46-41 19-23 23. 48-43 7-11  24. 34-30 22-28

25. 33x22  18x27 26. 32x21  26x17 27. 39-33 12-18 28. 44-39 14-19 29. 40-34 10-14 30. 33-29  8-12 31. 38-33 17-22 32. 42-38 11-17 

33. 30-25  6-11 34. 38-32 23-28!  35. 32x23 19x28 36. 47-42 11-16 37. 42-38 16-21!  38. 38-32 13-19 39. 32x23 19x28 40. 34-30 21-27

41. 45-40 2-  8 42. 40-35  8-13

De veertienjarige Tonny Sijbrands wikkelt elegant af naar de remise door

43. 29-23 18x38 44. 43x21 17x26 45. 39-33 28x39 46. 49-43 39x48 47. 41-36  48x31 48. 36x20 15x24 49. 30x19

 

T. Sijbrands  1 (1978)

A. Ivens 1

  1. 33-28 18-23 2. 39-33 12-18 3. 31-27  7-12   4. 44-39 20-24 5. 37-31 2- 7  6. 41-37 17-22   7. 28x17 11x22 8. 31-26  22x31

  9. 36x27 14-20 10. 46-41 10-14 11. 41-36 5-10 12. 47-41 20-25 13. 33-28 14-20  14. 36-31 9-14 15. 34-30 25x34 16. 39x30  4-  9

17. 30-25 18-22 18. 27x29  24x22 19. 41-36 20-24 20. 32-27 12-18 21.37-32 19-23 22. 40-34 14-19  23. 34-30 10-14 24. 43-39 7-12

25. 49-43  1- 7 26. 45-40  14-20 27. 25x14 9x20 28. 50-45  3-  9  29. 30-25 9-14 30. 42-37 24-29 31. 39-34 29-33!  32. 38x29 19-24 

33. 35-30 24x22 34. 34-30 23x34  35. 30x50 20-24  36. 45-40 24-29! 37. 43-38 14-19 38. 40-35 19-23 39. 35-30 13-19 40. 50-44 15-20

41. 25x14 19x10 42. 38-33 29x38 43. 32x43 23-28!  44. 30-24   6-11 45. 44-39 11-17 46. 39-33 28x39  47. 43x34  8-13 48. 24-20 16-21!!

49. 27x16  10-15 50. 37-32 15x24

en Sijbrands haalde opgelucht adem toen z'n remise-aanbod werd geaccepteerd. Desondanks won Ijmuiden deze kampioenswedstrijd met 11-9. 

(Infobron: HC)


Technische/Geschiedenis brief Haeghe Z

December 2006 no. 11

redactie Tony Bruijns

Oud Wereldkampioen 1928 Ben Springer

Ben Springer was niet alleen een briljante speler, hij werd daar in geschraagd door een scherp ontwikkeld psychologisch inzicht, met behulp waarvan hij menig speler in de val wist te lokken.

Deze eigenschap komt ook opvallend naar voren in de gekozen partijfragmenten, waarin hij tegenstanders op het verkeerde been wist te zetten.

Uit het wereldkampioenschap 1928 hebben we door B. Springer zelf becommentarieerde partij tegen W.C.Polman gekozen, welke een fraai staaltje positietechniek weergeeft, alsmede een tweetal partijfragmenten, waarin hij Molimard en Bizot om de tuin wist te leiden.

Legendarisch is de wijze, waarop hij de tot dan toe als onoverwinnelijk geachte Maurice Reichenbach in de val wist te lokken in de tweede machpartij Springer - Raichenbach 1937. Veel minder bekend is, dat dezelfde manoeuvre (met verwisselende kleuren) al eerder in de damliteratuur was geboekstaafd, te weten in Het Damspel 1924, voorgekomen in een partij tussen P.J. van Dartelen (wit) en W. van Daalen. Onder welke omstandigheden het door Reichenbach foutief toegepaste gambiet wel winnend is toonde de blinde dammeester A.M. Olsen al in 1912 aan (zie Het Damspel 1911/12 blz. 177).

Nu we toch de schijnwerpers hebben gezet op de psychologie in het damspel, mag een ander zeer fraai voorbeeld van 'Springers' kunnen niet ontbreken en wordt deze hommage aan een geniaal speler afgerond met een lokzet, in de partij uitgevoerd en ontleend aan zijn kostelijk werkje "Problemen, lokzetten en studies".

(Infobron: 75 jaar KNDB)

BLINDDAMMEN

Door: Jan de Kluyver

Blinddammen is een partij spelen (of analyseren) zonder bord of schijven te zien. Het blinddammen in het internationale spel (op het honderdruitenbord dus) is-niet alledaags. Het is in het verleden ook niet systematisch beboekstaafd.

Nico Keessen en Arie van der Stoep vonden dat een lacune. Zij hebben hierin zeer onlangs voorzien met hun werk Blinddammen (en Blindschaken), dat ik met een simpele aankondiging al eerder aanbeval.

De samenstellers hebben zich in hun monografie indringend geworpen op het blinddammen en -schaken; het accent ligt evenwel op het damspel.

In het Anglo-Franse damspel - op de 64 velden dus - zien we dat het blinddammen -blindfold play (ja, inderdaad, in die periode werd de speler geblinddoekt) - pas in de negentiende eeuw werd gepraktiseerd, terwijl het in de schaakliteratuur pas in de negentiende eeuw werd gepraktiseerd terwijl het in de schaakliteratuur al tot de achtste(!) eeuw teruggaat.

 

De Schot James Hadden was de eerste speler die blind speelde. Willie Gardner ui Leeds (1863-1947) heeft het in die variatie (het kleine bord dus) in Sheffield in 1906 tot 28 partijen tegelijk gebracht met als resultaat: 10 partijen gewonnen, 6 verloren, terwijl 12 spelen in remise eindigden.

Hoe interessant deze en andere gegevens in het werk van Keessen en Van der Stoep ook zijn, ik haast me nu toch over te stappen naar ons bord, het internationale spel dus, dat veel complexer is dan het primitievere Anglo-Franse spel.

In het internationale spel zijn zoveel meer mogelijkheden dat het veel moeilijker is dit blind te doen. (Ook dan het, al in vergelijking met de Anglo-Franse speelwijze moeilijker, Spaans damspel waaruit het internationale spel in de zeventiende eeuw waarschijnlijk is ontstaan).

De reeds genoemde Gardner mag de eerste zijn die min of meer een partij blind in onze spelsoort tot een goed einde bracht, we mogen gerust wijlen de oud-wereldkampioen Ben Springer als de eerste werkelijk grote blindspeler aanmerken.

Springer heeft zijn (niet altijd gemakkelijke) leven - denk maar aan de periode 1940-1945 - gewijd aan de propaganda

voor het internationale damspel. Overal, vooral in Nederland en Frankrijk, speelde hij partijen blind, vaak voorafgaande aan simultaanseances.

In de tweede helft van de jaren twintig voerde Springer ook de curve op: twee partijen tegelijk (1926), daarna drie (1927)

en op 2 januari 1928 zelfs vier.

Springer, wereldkampioen 1928-1934, vond al voor de oorlog navolgers. In ons land waren dat o.a. Cohen, Dukel, Ham, Idzerda (de enige met ook vier partijen tegelijk), Kuyer, Laros, Raman en Tusveld.

Na de oorlog waren vooral Piet Roozenburg en Wim Huisman keien op dit terrein. Roozenburg speelde zes partijen tegelijk blind. Her wereldrecord staat al sedert 11 juni 1955 op naam van Huisman (1923-1964): 8 partijen: 5+ 1: 2-.

Dit geldt nog steeds als wereldrecord. Hoe lang nog? Oud-wereldkampioen Ton Sijbrands, die vorig jaar in Brussel zes partijen tegen gerenommeerde spelers blind speelde en alle won, zal in december dit jaar in Den Haag blind spelen tegen 10 hoofdklassers.

 

Allrounder Sijbrands heeft al veel vaker meer partijen tegelijk blind gespeeld. In 1967 had hij in Monster zelfs twintig tegenstanders, maar destijds hield hij zelf de notatie nog bij. Hij kon dus, zo nodig, teruglezen.

 

In het algemeen heeft bij demonstraties de blindspeler een ziende tegenstander. Voor de eerste keer, dat beide spelers blind speelden, kunnen we teruggaan tot 1920, Springer tegen de S. Jong.

Er zijn in 1941 twee vierkampen blindspel geweest (dus alle spelers blind)

.

In Alblasserdam was de eindstand:

1. Bom 6 pt.  2. Kleyn 3, 3. V.d.Kraan 2, 4. De Kluyver 1.

In Dordrecht:

1. Bom en V.d. Kraan 4, 3. De Kluyver 3 en 4. Kleyn 1.

 

Dit alles is slechts een greep uit de prettig op schrift gestelde uitkomst van het omvangrijke onderzoek van de auteurs, die natuurlijk ook niet ontkwamen aan de vraag of blinddammen wel of niet moeilijker is dan Blindschaken, en waarom.

De vaardigheden die nodig zijn voor beide spelen blijken bijna identiek. Er is wel een groot verschil: de blindschakers zien geen stukken, maar functies. Bij dammen kan men op die manier geen stelling onthouden.

In dit verband nog twee getuigenissen van schakers. Een uitspraak van V. Cornetz: "Op het gevaar af dat ik me de woede van menig schaker op de hals haal, zeg ik: schaken is in het begin moeilijker te leren dan dammen, maar dammen is in wezen veel moeilijker dan schaken."

Van veel recenter datum de bekende schaakmeester H. Kramer: "Door zijn verscheidenheid in stukken en in spelregels leent het schaakspel zich uitstekend voor blindspel. Juist deze verscheidenheid geeft het menselijk geheugen aanknopingspunten."

Dit is meteen de verklaring voor het feit, dat het damspel zich veel minder goed leent voor blindspel: de stukken zijn allemaal gelijk en in deze eenvormigheid is het veel moeilijker voor het geheugen om steunpunten te vinden.

 

(Of blinddammen nog verkrijgbaar is bij Arie van der Stoep is op het moment dat ik dit schrijf niet bekend. Men zou hierover kunnen informeren bij de KNDB) TB

 

Als wedstrijdvraagstuk de winst van Piet Roozenburg (wit) in een simultaan blindseance te Leiden tegen A. Sladek:

Wit schijven op:  46 36 37 31 32 33 34 27 28 30

Zwart schijven op:6 9 11 12 16 17 19 21 25 26

Deze diagram was overgenomen uit het Algemeen Dagblad van 4 september 1982.

(Infobron: Dammazine sept.1982)


Residentie-Toernooi

 

In Den Haag werd van 25 tot en met 28 mei 1967 het 2e internationale Residentie-toernooi gehouden, mogelijk gemaakt door de medewerking van de directies van De Haagsche Courant en de Assurantiemij De Zeven Provincien.

Er werd in de twee eregroepen fel gestreden waarbij Ton Sijbrands, die er bijzonder goed in was, het meest schitterde: Hij speelde nl. alleen tegen Andreiko remise en won alle andere partijen. Daardoor veroverde hij in zijn groep de eerste plaats met 9 punten uit 5 partijen voor Andreiko die met 7 punten tweede werd.

De eindstand in de 1e groep luidt:

1. T. Sijbrands 9;  2. Andreiko (Sovjet Unie) 7;  3. Baba Sy

(Senegal) 5;  4/6 F.C.H. Ivens, L.P. Kain en G. Mostovoy (Frankrijk) 3.

In de 2e eregroep:

1. W. Tsjegolew (Sovjet Unie) 7;  2. M. Deslauriers (Canada) (ingevallen voor Koeperman) 6;  3. E.P. Bronstring 5;

4/6 G. Leclair  (V.S.);  J.C. Weerheijm en P.C.J. van Zonneveld 4.

Het toernooi  heeft een flink aantal interessante fragmenten opgeleverd.

 

Wit schijven op: 43, 38, 39, 33, 35, 26, 28, 21

(Baba Sy)

Zwart schijven op: 6, 12, 13, 17, 19, 24, 30, 34

(Sijbrands)

49. 13-18!  38-32  (indien 21-16, 6-11; 16x7, 21x1; 38-32,

18-23 en 33-29 kan niet wegens 24x44 en 44-49; terwijl op 43-38, 34x43; 38x49, 30-34 wit in enige zetten vastloopt),

19-23; 28x19, 24x13; 35x24, 17-22!; 39x30, 22-28 en 18x49.

0-2

 

Wit schijven op: 43, 36, 38, 39, 31 t/m 35 26, 27, 28

(Baba Sy)

Zwart schijven op: 11, 12, 13, 14, 16 t/m 20, 23, 24, 25

(F.C.H. Ivens)

39. 27-22  18x27  31x22  12-18  32-27  23x21  33-28  18x27  28-23  19x28  34-30  25x34  39x10  27-32  38x27  21x32  10-4  13-19  36-31  28-33  31-27  32x21  4-31  19-24  31-36  24-29  36-9  20-25  9-18  21-27  18x45  25-30  35x24

27-32  45-49  32-38  43x32  33-39  29-18  39-44  32-28  44-49  24-20  16-21  20-15  11-16  18-36  49-35.

1-1

 

Wit schijven op: 37  40  32  27  28  25  17  6

(J. Weerheijm)

Zwart schijven op: 1  9  16  18  19  23  24  26

(W.Tsjegolew)

50  24-29 28-22  9-13  37-31  26x28  22x24  19x30  25x34  13-19  40-35  19-24  34-30  24-29  30-25  29-22  25-20  33-38  20-14  38-43  14-9  43-48  9-3  23-29  27-21  16x27  17-11

1-1

 

Wit schijven op: 50,  36,  37,  31,  32,  33,  34,  27,  28,  29, 22

E.P. Bronstring

Zwart schijven op: 6, 8, 11, 12, 13, 16, 17, 18, 20, 21, 26

G. Leclair

47. 20-24  29x20  18-23  28x19  17x30  19-14  30-34  50-44

12-18  14-10  18-23  10-5  23-29  20-15  13-19  5x28  11-17

28x11  16x7  27x16  29-33  32-28  33x22  15-10  22-28

10-4  28-33  4-22  33-39 44x33  34-40  22-4  40-44  31-27

44-50  33-29  50-28  4-18  28x46  18x1  26-31  27-22  31-27

29-23  37-42  1-7  46x5  7-2

1-1

 

Wit schijven op: 43, 44, 38, 39, 32, 33, 34, 26, 27, 29

F.C.H. Ivens

Zwart schijven op: 6, 7, 8, 12, 15, 18, 20, 23, 24, 25

A. Andreiko

37. 44-40  25-30  34x14  23x45  14-9  45-50  9-3  15-20  3x25  24-30  25x34  18-23  34x18  12x23  27-22  23-29 33x24  50x15

0-2.

 

Wit schijven op: 41, 43, 45, 37, 38, 39, 40, 32, 33, 35, 27, 29, 23

W. Tsjegolew

Zwart schijven op: 2, 3, 4, 6, 8, 10, 13, 14, 16, 17, 20, 21, 24

E.P. Bronstring

27. 32-28?  21x32  38x27  20-25  29x18  17-22  28x17  8-12  17x8  2x42  43-38  42-47  38-32  47x18  40-34  18x40  45x34  10-14  39-33  6-11  41-37  11-17  33-28  3-8  35-30

14-20  32-27  8-12  28-23  4-9  23-19  9-13  19x8  12x3  37-32  3-8  32-28  17-21  27-22  21-26  22-18  26-31  28-23  31-37  23-19  37-42  18-13  8-12  13-9  42-48  9-14  20-24  19-14  24x35  14-9

1-1

 

Wit schijven op: 43, 44, 39, 33, 34, 26, 27, 28, 22

A. Andreiko

Zwart schijven op: 7, 11, 13, 17, 18, 19, 24, 25, 35

L.P. Kain

45. 7-12? 27-21  18x16  28-23  19x28  33x22  17x28  34-30  25x34  39x6

2-0

 

Wit schijven op:  43, 44, 45, 36 t/m 40, 32, 35, 30, 22

G. Leclair

Zwart schijven op: 6, 9, 10, 13, 14, 15, 16, 19, 20, 21, 23, 24

W. Tsjegolew

32. 38-33  23-29  33-28  20-25  37-31  (39-34,15-20,25x34,

24x33,19x7 Z+1)  25x34  39x30  21-27  32x21  16x18  28-23  19x28  30x8 9-13  8x19  14x23  44-39  29-33  31-27 

33x44 40x49  10-14  36-31  14-19  31-26  19-24  45-40

15-20  26-21  6-11  49-44  24-29  44-39  11-6!  39-34?

18-22  27x18  23x12  34x32  16x49

0-2

 

Wit schijven op: 47, 48, 49, 41, 42, 43, 45, 39, 40, 31, 34, 35, 28, 16

G. Mostovoy

Zwart schijven op: 2, 4, 5, 7, 8, 9, 12, 13, 14, 15, 17, 18, 19, 20

L.P. Kain

41-37?  18-23! 28-22 gedw. Z + 1

0-2

 

Wit schijven op: 48, 42, 44, 37, 38, 32, 27, 30, 25

G. Mostovoy

Zwart schijven op: 9, 12, 13, 14, 16, 18, 19, 20,  23, 28

L.P. Kain

43. 48-43! 28-33 gedw. 38x29  23x34  30x39  19-23  42-38

20-24  39-33  14-19  33-28  12-17  38-33  23-29?  44-39  29x49  28-22  17x28  32x3  49x21  3x26

2-0

 

Wit schijven op: 48, 42, 45, 38, 40, 31, 32, 34, 35

F.C.H. Ivens

Zwart schijven op: 1, 14, 15, 17, 18, 23, 24, 25, 29

G. Mostovoy

38-33  29x36  34-30  25x34  40x9  36-41  42-37  41x32  9-3  17-22  3-14  23-28  48-42  1-7  42-37  32x41  14x46  22-27  35-30  15-20  46x37  7-11  45-40  11-16  40-34  18-22  34-29  22-28  37x25  27-32  30-24  32-37  25-43  37-41  43-32

2-0


Technische/Geschiedenis brief Haeghe Z

Oktober 2006 no. 10

Een partij van Eduard Autar (GMI) tegen Mark Hoogakker uit The Haque Open 1999

21 juli 1999

Eduard Autar 0 1.56 u.

Mark Hoogakker 2 1. 44 u.

 1. 31-27 17-21  2. 37-31 21-26  3. 32-28 26x37  4. 41x32 11-17

 5. 46-41  6-11  6. 41-37  1- 6  7. 37-31 19-23  8. 28x19 14x23

 9. 33-28 17-21 10. 28x19 13x24 11. 39-33 10-14 12. 44-39  5-10

13. 33-29  9-13 14. 39-33  4- 9 15. 50-44 11-17 16. 27-22 18x27

17. 31x11  6x17 18. 36-31 12-18 19. 31-27 18-22 20. 27x18 13x22

21. 44-39  8-13 22. 34-29  7-11 23. 39-34 21-26 24. 34-30  2- 8

25. 30x19 14x34 26. 40x29 20-24 27. 29x20 15x24 28. 45-40 13-19

29. 40-34  8-13 30. 43-39  9-14 31. 42-37 16-21 32. 28-23 19x28

33. 32x23 13-18 34. 23x12 17x 8 35. 48-42 22-27 36. 34-29 14-20

37. 39-34 20-25 38. 29x20 25x14 39. 34-29  8-13 40. 29-24 11-16

41. 33-29 13-18 42. 38-32 27x38 43. 42x33 21-27 44. 49-43 27-31

45. 37-32 16-21 46. 43-38 14-19 47. 24x22 21-27 48. 32x21 26x39

 

De dag daarna versloeg Mark Hoogakker Cock van Leeuwen

22 juli 1999

Cock van Leeuwen 0 2.00 u.

Mark Hoogakker 2 1.48 u.

 1. 32-28 17-21  2. 34-29 21-26  3. 40-34 16-21  4. 45-40 11-16

 5. 38-32 21-27  6. 31x22 18x38  7. 43x32 16-21  8. 36-31  6-11

 9. 42-38 20-25 10. 49-43 11-16 11. 47-42 15-20 12. 41-36 10-15

13. 50-45  5-10 14. 31-27  1- 6 15. 46-41  7-11 16. 27-22 12-17

17. 36-31  8-12 18. 31-27 19-24 19. 41-36 12-18 20. 36-31 24-30!

21. 35x24  2- 8 22. 28-23 17x30 23. 29-23 18x29 24. 33x35 14-19

25. 38-33 19-24 26. 43-38 13-19 27. 48-43  8-13 28. 33-28 10-14

29. 34-30 25x34 30. 39x30 13-18 31. 38-33  9-13 32. 44-39  4- 9

33. 20-25  3- 8 34. 42-38


PIET ROOZENBURG (door Marc Kok)

Legendarische dammer dacht louter aan aanvallen

De twintigste eeuw loopt ten einde. Dit jaar richten we daarom wekelijks de schijnwerpers op de 50 meest aansprekende sportmensen die Nederland deze eeuw heeft voortgebracht.

Aandacht voor de nummer 41 van de lijst:

Piet Roozenburg.

Piet Roozenburg was een buitengewoon getalenteerd dammer met een zeer leergierige instelling. Maar in zijn mentale hardheid schuilde wellicht z'n grootste kracht. Zo moest Roozenburg tijdens z'n carriere nogal wat hatelijke opmerkingen van zijn grote rivaal Reinier Keller slikken. Deze prikkelende uitspraken, die Roozenburg zich zeer aantrok, spoorden de eerzuchtige dammer echter dermate aan, dat hij juist op die momenten tot zijn beste spel wist te komen.

Zo ook tijdens het WK in 1948. Halverwege het toernooi insinueerde Keller dat Van der Staay zijn partij tegen Roozenburg had weggegeven. Dat schoot Roozenburg duidelijk in het verkeerde keelgat, waarna hij vastbesloten was te laten zien wie nu daadwerkelijk de sterkste dammer was.

Tijdens de tweede toernooihelft stond Roozenburg nog maar een remise af en pakte hij met een - later nooit meer geevenaarde - monsterscore van 37 punten uit 20 partijen zijn eerste wereldtitel.

Keller eindigde uiteindelijk met negen punten achterstand op de tweede plaats. Roozenburg werd in 1948 uitgeroepen tot sportman van het jaar en liet gerenommeerde namen als voetballer Abe Lenstra, biljarter Piet van de Pol en wielrenner Gerrit Schulte achter zich.

Rotterdammer Roozenburg groeide op in de crisistijd. Zijn vader, van origine boekhouder, runde een kapperszaak, waarin de twee halfzusters van Roozenburg de klanten knipten.

Een oom leerde de zesjarige Roozenburg de spelregels van het damspel. Enkele jaren later nam de sterke hoofdklasser J. Struyck - een kennis van zijn ouders - de jeugdige Piet en zijn vijf jaar oudere broer Wim mee naar Damvereniging Rotterdam. De talenten van Roozenburg bleven niet lang onopgemerkt. Op 10- jarige leeftijd was hij reeds brutaal genoeg om een simultaanseance te geven en niet veel later kon hij al het niveau van de hoofdklasse aan.

Als tiener probeerde Roozenburg zich aanvankelijk te ontwikkelen via het bestuderen van damliteratuur. Dat werd geen succes. De boekjes verhalen veelal over 'het klassieke spel', een strijdwijze waar Roozenburg weinig tot niks van begrijpt. De enige auteurs die in staat blijken Roozenburg te boeien zijn Benedictus Springer en Herman de Jongh. Springer was wereldkampioen van 1928 en het grote voorbeeld van Roozenburg.

Tijdens de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog wist Roozenburg zijn definitieve doorbraak te forceren.

In 1941 veroverde hij - als 17 jarige -de meestertitel, twee jaar later pakte Roozenburg voor de eerste maal de nationale damtitel, wat hij in '48, '50 en van '63 tot en met '66 zou herhalen.

Razzia

Roozenburg kon overigens niet lang nagenieten van zijn eerste nationale damtitel.

In oktober '43 pakten de Duitsers hem op. Tijdens een razzia werd hij, samen met zijn broer Wim, van het bed gelicht en naar Berlijn getransporteerd. Roozenburg moest in arbeidsdienst en maakte in een fabriek zender voor pantserwagens.

Na de oorlop stortte Roozenburg zich vol overgave op zijn passie. De combinatie van het rationele (' het logisch denken') en het irrationele ('je moet een of andere rare kronkel bezitten om op het beslissende moment met dat geniale idee te komen') maakt dammen mooi.

Roozenburg - geducht om zijn vindingrijkheid ingesloten en gecompliceerde stellingen - wilde dan ook maar een ding: wereldkampioen worden.

In 1948 zegt hij zelfs zijn baan op om zich vier maanden lang te kunnnen voorbereiden op het WK. Zijn aanpak heeft succes. Met groot machtsvertoon veroverde Roozenburg zijn eerste mondiale titel. In 1952 won hij opnieuw het WK-toernooi, waarbij de gewonnen titelmatsches van '51

(19-17 winst op Keller) en ' 54 (16-8 zege op Huisman) zijn heerschappij eens te meer onderstrepen. Pas in het toernooi van ' 56 werd Roozenburg door de Canadees Marces Deslauriers onttroond.

Omstreeks 1950 was Piet Roozenburg de sterkste dammer ter wereld. De wijze waarop de Rotterdammer, geboren op 24 oktober 1924, in 1948 zijn eerste van in totaal vier wereldtitels veroverde, zal nooit meer geevenaard worden.

Hij was later voorzitter van de Werelddambond FMJD.

(Infobron: HC)


Technische/Geschiedenis brief Haeghe Z

September 2006 no. 9

redactie Tony Bruyns

 31-27 Toernooi

Verslag van Hans Jansen met 15 diagramstanden met vragen en zijn reacties.

Ik wil beginnen met 15 diagrammen uit het 31-27 toernooi aan u voor te leggen. Het zijn zeer leerzame fragmenten. Er werden in dit toernooi ongeveer 750 zetten gespeeld. Waarbij een zet zowel een zet van wit als zwart betekend.

 

Diagram 1.

Wit schijven op:

24-27-28-30-32-34-35-36-37-38-40-45.

zwart schijven op:

8-9-11-13-14-15-16-19-21-23-25-26 

Hans Jansen- Anko Baksoellah

Stand na 38. 18-23 wit aan zet

In dit diagram de eindfase van een hectische partij vraagt wit zich af of hij gewonnen staat. Er werd gespeeld 39. 36-31 was dat de beste zet? Hoe heet het spelgenre dat op bord staat? Wat is de moeilijkheids graad van de stand?

 

Diagram 2

Wit schijven op:

16-28-32-37-39-40-42-48-50

Zwart schijven op:

2-4-7-9-15-18-24-25-26.

Ron Heusdens- Christien Fung

Stand na 45. 27x16 Zwart aan zet

In dit diagram 2 uit de tweede partij ronde, dringt zich de vraag op of 45. – 18-23 46. 28x30 25x45 meer verdediging had gegeven als inde partij gespeeld is. Wat is de moeilijkheids- graad van deze vraag? Methode van beantwoording. Veel vluggertjes tegen TRUUS. Partij 2 was de enige [partij die al snel geen half open klassiek meer was.

 

Diagram 3

Wit schijven op:

25-27-32-33-34-35-36-37-38-39-41-42-43-45-46-47-48.

Zwart schijven op:

1-3-5-6-8-9-10-11-12-12-14-16-18-19-21-24-26

Friso Fennema-Wim Bremmer

Stand na 18. 40-34 zwart aan zet

Diagram 3 Een moeilijk te doorgronden decor wisseling vind plaats na 18 24-30. Met welke termen moet de diagram stand gekwalificeerd worden.

 

Diagram 4

Wit schijven op:

46-47-48-49-41-42-43-45-36-37-32-34-35-27-29-30-25

Zwart schijven op:

2-3-6-7-8-9-12-13-14-15-16-18-19-21-22-23-26

Anco Baksoellah-Christien Fung

Stand na 8. 17-22  WAZ

Binnen enkele zetten komt wit verloren te staan. Algemene problematiek: is een aanval op schijf 27 in half op klassiek kansrijk of moet juist van een overvolle lange vleugel geprofiteerd worden?

 

Diagram 5

Wit schijven op:

46 t/m 50-41 t/m 45-36-37-39-40-32-33-27-25

Zwart schijven op:

1 t/m 4-6-7-8-11 t/m 15-16-18-19-20-23-26

Wim Bremmer - Ron Heusdens

Stand na 9. 10-14 WAZ

Wit heeft gekozen om 30 naar 25 te brengen. Een belangrijk alternatief is vaak 30 te laten staan en de beide vleugels te verbinden met 40-35, 45-40, 39-34 enz. Na 10. 43-38 ontwikkelde zwart met 19-24. Centrale vraag kan wit, en zo ja hoe, kansen scheppen vanuit de diagramstand?

 

Diagram 6

Wit schijven op:

47-48-42-36-37-38-33-34-35

Zwart schijven op:

6-7-11-12-15-19-23-24-26

Hans Jansen - Friso Fennema

2e ronde. Stand na 34. 8-12 WAZ

Tijdens de partij had ik het gevoel heel goed te staan. Vraag is hoe goed staat wit nu eigenlijk? De partij werd uiteindelijk  vrij gemakkelijk remise.

 

Diagram 7

Wit schijven op:

46-48-41-42-44-37-31-32-34-35-27

Zwart schijven op:

2-4-11-12-16-17-18-21-24-25-26

Wim Bremmer-Hans Jansen

Stand na 34. 22x24 WAZ

Wit speelde 48-43 en zwart nam een afwikkeling die ondanks de fraaie eindspelmogelijkheden remise moest zijn. Dat wist zwart ook wel diep in zijn hart. Daarom de vraag was na 35. 48-43 35. 4-10 niet gewonnen.

 

Diagram 8

Wit schijven op:

46-47-48-41-42-45-37-32-33-35-27-30-25

Zwart schijven op:

3-6-9-11-12-13-14-16-19-20-21-23-26

Christien Fung - Friso Fennema

Het gespeelde offer met 32-28 was niet kansrijk. Na 30.

45-40 20-24 31. 27-22 zijn er wel kansrijke offers. Wat is 30. 45-40 waard?

 

Diagram 9

Wit schijven op

46-48- 41 t/m 44- 36 t/m 39-32-33-34-27-29-24

Zwart schijven op

6 t/m 10-11-12-13-15-16-18-21-22-23-25-26

Ron Heusdens - Anco Baksoellah

Stand na 25. 17-22 WAZ 3e ronde

Was 36-31 sterk of was 26. 33-28 beter?

 

Diagram 10.

Wit schijven op

46-47-48-41-42-43-45-37-38-32-33-34-35-27

Zwart schijven op

3-4-6-11-12-13-15-16-18-19-20-21-23-26

Christien Fung  Wim Bremmer

Stand na 25. 8-12 WAZ

Er werd 26. 34-30 gespeeld waarop zwart al 20-25 had kunnen spelen. Verleidelijk was het daarom om 26. 35-30 te spelen. Wat is daarna het bezwaar?

 

Diagram 11

Wit schijven op:

46 t/m 50 41 t/m 45 36-37-38-40-32-34-35-27-22

Zwart schijven op

1 t/m 5- 6 t/m 10- 11-12-15-16-18-19-20-23-26

Hans Jansen - Ron Heusdens

Stand na 16. 18-23 WAZ

Werpt een licht op de openingstheorie van de 31-27 opening. Sluiten met 8-13 gaat niet wegens het 'Rotterdammertje'. Welke openingstheoretische bespiegelingen komen er bij u op na 6. 20-24 of?

 

Diagram 12

Wit schijven op:

46-47-48-50-41-42-43-36 t/m 40-32-33-35-27-30-25

Zwart schijven op:

3-4-6-7-8-9-11 t/m 15 -16-17-19-23-24-26-29

Friso Fennema - Anco Baksoellah

Stand na 16. 18-23 WAZ

Wat was het gevolg geweest van het consequent uitspelen van deze stand? In de partij werd 17. 50-45 gespeeld en na 17-21 18. 33-28 kan zwart met 18. 26-31 ruilen. Toen hij de ruil niet direct nam, kwam wit al snel gewonnen te staan al lag dit niet aan het niet nemen van de ruil. De partij werd remise.

 

Diagram 13

Wit schijven op:

46-47-41-42-43-45-36 t/m 40- 32-33-34-35-27-29-30

Zwart schijven op:

3-6-7-8-9-11-12-13-15-16 t/m 20-21-23-25-26

Anco Baksoellah - Wim Bremmer

Stand na 19. 2-7 WAZ

Staat wit verloren en zo ja waar heeft hij het in de opening fout gedaan?

 

Diagram 14

Wit schijven op:

43-37-38-39-32-33-35-26-25

Zwart schijven op:

9-11-13-14-17-19-23-24-29

Hans Jansen - Christien Fung

Welke varianten ziet u die essentieel voor het spel zijn?

 

Diagram 15.

Wit schijven op:

47-49-42-44-37-39-27-28-29-35

Zwart schijven op

2-4-9-10-12-16-17-18-19-26

Ron Heusdens - Friso Fennema

Stand na 34. 32-28 ZAZ

Mondde uit in een 4 om 3 die remise was. Wat kan er vanuit de diagramstand gezien en overzien worden? De volgende keer hoop ik zo goed mogelijk op deze niet altijd makkelijke vragen antwoord te geven!

Misschien is het leerzaam als u zelf eerst antwoord probeert te geven.

Het damspel is echter moeilijk genoeg, dus laten we eerst eens kijken of de vragen die de 15 diagrammen oproepen beantwoord zijn? Laten we beginnen met eenvoudige vragen en opmerkingen. In diagram 11 mag zwart niet sluiten met 8 of 9-13 wegens het rotterdammertje met 27-21 25x23 34-29 34x34 32x25. Een moeilijke vraag is bijvoorbeeld heeft een van beide spelers al voordeel of is het evenwicht nog niet verbroken na 20-24 22x13 9x18. Om de laatste vraag te beantwoorden zouden we wat partijen met een sterk computerprogramma kunnen spelen, misschien dat de partijen een zichtbaar antwoord kunnen aangeven.

Als u diagram 10 bestudeerd hebt dan bent u wellicht op de volgende relevante variant gekomen.

1. 35-30 20-24 2. 33-29 24x33 3. 38x29 23-28

4. 32x14  21x32 5. 37x28 3- 9 6. 14x 3 16-21

7.  3x17 11x35Een ruil. Zwart lijkt zeer gunstig te staan maar durft iemand ook zonder meer te zeggen: "Zwart staat gewonnen"? Wit moet zo snel mogelijk met de zetten

43-39, 42-38-33 komen om daarna een keer met 45-40 te ruilen. Na de slag 7. 11x35 heeft zwart een terreinvoordeel van 7 1/2 + 23 = 15 1/2. Wat de stand waard is is ook een aantrekkelijke vraag. Na 7. 11x35 is de diagramstand ontstaan (een 8 om 8)

Diagram:

Wit: 34-41-42-43-45-46-47-48.

Zwart; 2-6-13-15-18-21-26-35

Vanuit deze diagramstand heb ik 2 partijen met Truus gespeeld. Een met wit en een met zwart. Beide keren werd het remise. Het voordeel van zwart taxeert

Truus op meer als een halve schijf. Zou het kunnen dat zwart toch gewonnen staat?

 

Diagram 14 laat zich redelijk eenvoudig begrijpen. Zwart verloor de partij wat bij correct spel vanuit de diagramstand niet nodig was. Toch is de stand getructer als je zou denken.

Na. 1. 17-22 2. 37-31 (de damzet met 29-34, 23-28 19x48

30x10 laat wit een goed eindspel. (Of het ook gewonnen

is laat zich moeilijker met zekerheid beantwoorden)

3. 32-27 17-21 4. 26x28  23x21  5. 31-26  21-27  6. 33-28 levert voor wit schijfwinst en waarschijnlijk ook winst van de partij. Er werd gespeeld i.p.v. 17-22  2. 11-16. Nu had wit graag 2. 26-21 gespeeld met op 2. 17x26 3. 32-27 29-34 (wat anders) 4. 39x30 13-18  5. 38-32. En het is moeilijk voor zwart zoniet onmogelijk om remise te maken voor zwart. Na 2. 26-21 kan zwart echter ook . 16x27 slaan en na 3. 32x12 een zetje van Weiss nemen met 29-34, 24-29, 23-29, 13-18 en 19x48 met remise.

Er volgde vanuit de diagramstand 2. 32-27 (Op 37-31 moet zwart een goed zetje hebben met 3-9 25x3 laten slaan en 16x36 bijvoorbeeld als met het tempo  13-18 ondanks 3 schijven achterstand na 35-30 24x35 33x22) 2. 17-22 3. 27x18 23x12 4. 37-31 (goed dat 37-32 verhinderd is door 24-30 enz. een rotterdammertje omdat wit anders gewonnen had gewoon daar 19-23 verhinderd zou zijn wegens 33-28 en een keer de slag 26x10) Er volgde 4. 19-23 5. 31-27 12-18

(19-23 lijkt gemakkelijk remise) 6. 39-34 29x40 7. 35x44 14-19 en zwart kon later nog remise maken.

Vraag bij diagram 14. Was 7. 23-29 i.p.v. 14-19 makkelijk remise of niet? Ik ben benieuwd naar uw antwoord.


Technische/Geschiedenis brief Haeghe Z

Augustus 2006 no. 8

redactie Tony Bruyns

Dammen was er eerder dan schaken

 'Dammen is een plat spel', schreef ooit schaakgrootheid wijlen Jan Hein Donner. Het is er een uit een reeks vooroordelen jegens de damsport. 'Schaken is mooier dan dammen'. Of: 'dammen is een slap aftreksel van schaken'. En dat terwijl volgens de moderne schaakhistorici het damspel juist uit het schaakspel voortkomt.

Neerlandicus Arie van der Stoep heeft al sinds zijn vroegste jeugd belangstelling voor beide denksporten. De 51-jarige inwoner van Rockanje is er dusdanig van opgewonden geraakt dat hij op dit onderwerp wil promoveren in de Nederlandse taal- en letterkunde. Met zijn proefschrift wil hij aantonen dat het dammen  minstens tweeduizend jaar ouder is dan het schaken. "Nu, na meer dan veertig jaar, boeit het damspel me nog onverminderd, omdat het in weerwil van zijn hoge ouderdom en zijn bedrieglijk eenvoudig uiterlijk zijn geheimen nog lang niet heeft prijsgegeven".

Zijn aandacht verschoof in de loop der tijd van het spel zelf naar de ontstaangeschiedenis. Toen hij ruim twintig jaar geleden uit pure belangstelling woordenboeken uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw raadpleegde op zoek naar woorden over dammen, viel hem op dat al deze boeken volgens hem wartaal bevatten over bordspelwoorden- vooral over dammen en schaken.

"Je had in die tijd blijkbaar geen specifieke borden voor bordspel dan ook. Voor dammen, schaken, triktrakken of het molenspel gebruikte men een meubel. Het schaakbord werd bij voorbeeld ook voor dammen gebruikt".

Argwaan

Hoewel Van der Stoep er toen nog van uit ging, dat het damspel zich vanuit het schaakspel had ontwikkeld, was zijn 'argwaan' gewekt. Vol overgave stortte hij zich op al deze bordspelwoorden en hun betekenissen. Het onderzoek kostte hem jaren. De resultaten hiervan leidden in 1984 tot zijn eerste boek over dammen "A history of draughts', waarin hij zijn twijfel uitsprak over de juistheid van de opvatting dat het schaken ouder was dan het dammen.

Na een 'welwillende' bespreking van het damboek in het Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde' door de lexicoloog De Tollenaere koos Van der Stoep voor het 'promotie-circus'. "Daarmee kun je een universitaire graad behalen, zei De Tollenaere. De Leidse hoogleraar taalkunde Cor van Bree vond het een interessant onderwerp en wilde me wel helpen. Op voorwaarde dat ik wel eerst even m'n doctoraal haalde. Dat heb ik toen gedaan".

Er brak een 'leerzame' periode aan. Want als leraar Nederlands en ervaren publicist - hij schreef onder meer voor NRC Handelsblad - ontdekte hij dat het schrijven van een proefschrift moeilijk is. "Het onderwerp was te complex en te veelomvattend om in relatief eenvoudige bewoordingen weer te geven. Het kwam er uiteindelijk op neer dat ik drie verschillende versies heb geschreven".

In de eerste beschreef Van der Stoep het ontstaan en de betekenisontwikkeling van een groot aantal bordspelwoorden. Daarnaast verdiepte hij zich in een deel dan de dam- en schaakgeschiedenis.

Van der Stoep kreeg het advies zich tot een onderwerp te beperken. "De keuze is toen gevallen op het ontstaan van het woord damspel. De dam- en schaakgeschiedenis moest ik zoveel mogelijk terugdringen. Dit werd het uitgangspunt voor de tweede versie van m'n dissertatie". Deze versie werd uiteindelijk goedgekeurd. Maar de examencommissie, met daarin drie hoogleraren, keurde het proefschrift alsnog af. Van der Stoep: "Hier komen we niet doorheen zeiden ze. Hier krijgt u geen titel op".

In de derde, ook nog niet goedgekeurde versie van zijn proefschrift, prikt Van der Stoep, naar eigen zeggen, de legende door dat schaken ouder is dan dammen. "De bekende Engelse schaakhistoricus H.J.E. Murray stelde dat schaken 'beter', want cultuur-dominanter, is en dus ouder moet zijn dan dammen. In zijn boek uit 1913, nog steeds een standaardwerk, schijft hij: de oudste bewijsplaats van jeu de dames = damspel dateert van eind veertiende eeuw; de oudste bewijsplaats van dame= schaakkonigin van eind vijftiende eeuw. En een aantal bladzijden verder: jeu de dames is afgeleid van dame = schaakkoningin en betekent spel met schaakkoninginnen. Het is dus wel duidelijk dat damspel is ontstaan uit schaakspel. Deze naieve versie wordt tot in onze tijd voor vrijwel iedereen, en dus ook door de hoogleraren, klakkeloos overgenomen".

Of hij kan schatten hoeveel denkwerk er uiteindelijk in zijn proefschrift is gaan zitten?

"Ach, reken maar mee. De derde versie telt 188 bladzijden. In ruim twintig jaar betekent dat welgeteld een produktie van negen pagina's per jaar........

(infobron: HC)


Een krantenartikel uit 1980 betrefde de competitiewedstrijd RDG/DIO 1-Hiltex

Dammers RDG/DIO baren opzien

Den Haag - In de derde ronde van de nationale competitie baarde RDG/DIO veel opzien door de gedoodverfde kampioen Hiltex op 10-10 te houden. De Hagenaars hadden zelfs kansen op meer. De Friese debutant Jorritsma is na de opvallende 11-9 zege op Huissen de verrassende koploper.

RDG/DIO begon zelfverzekerd aan het duel tegen Hiltex, dat normaal enkele maten te groot is. Teamleider Fred Ivens overdonderde de Amsterdammers zelf met zijn wens om tegen de oud-wereldkampioen Alexander Dybman te mogen spelen. Hiltex stemde met dit ongebruikelijke voorstel in. Helaas ontaardde de partij na een openingsfout van Ivens in een ruilpartij. Ivens kwam iets minder te staan, maar bleeft overeind.

Mark Hoogakker bracht de Hagenaars, zoals van hem verwacht mocht worden, op voorsprong. Invaller Treur werd in een keurige technische partij door het Haagse talent van het bord gezet. Theoreticus Luteyn kwam na een ongelukkige ruil in de opening al in de verdrukking tegen grootmeester Rob Clerc. Clerc, die twee jaar terug nog sensationeel de boot inging tegen zijn voormalige clubgenoot, speelde de partij overtuigend uit. RDG/DIO kwam weer voor door een belangrijke zege van Bronstring op grootmeester Bastiaannet.

Na een hoogstaande remise van Toet volgde een enorme domper voor de Haagse dammers. Malahe bracht met sterk middenspel Geurtsen in grote problemen. Geurtsen had bovendien bijna geen tijd meer over. Malahe kon zijn kalmte echter niet bewaren en moest na enkele missers een pijnlijke nederlaag incasseren. Wint in dit duel zou doorslaggevend zijn geweest. Na een moeiteloze remise van Scholten leek RDG/DIO alsnog op de overwinning af te stevenen door een zege van Holstvoogd op bord 10. Holstvoogd stond aanvankelijk minder, maar bracht met een offer de spanning terug. Holstvoogd sloeg toe, toen zijn opponent Livestro het onderste uit de kan wilde halen. Jeneson verloor ondanks goed verweer nipt van topper Meijer. Uiteindelijk kwam RDG/DIO nog heel goed weg. In de laatste partij verknoeide Lo-A-Foe na de tijdnoodfase nog de remise, maar het opstormende Brabantse talent Thijssen zag het niet.

In de tweede klasse C gaf damclub Den Haag de gasten van GDC uit Goes met 17-3 een pak slaag dat de Zeeuwen nog lang zal heugen. GDC kwam maar met negen man opdagen, en dat betekende na een uur een reglementaire zege voor Den Engelsman. Van Eenennaam haalde na 15

zetten al een winnende damcombinatie uit. Van Eenennaam  is met 6 uit 3 nog steeds zonder puntverlies. De Hardt moest op bord 1 het enige Haagse verlies incasseren, maar in het vervolg was Den Haag heer en meester. Lodder won eenvoudig  door een snelle schijfwinst. Vroom won met simpele positionele middelen van een invaller. De tegenstander van Vrolijk kreeg goed spel. In tijdnood raakte de Zeeuw het spoor echter volledig bijster. Na ruim drie uur bracht de Groot met een prachtige combinatie de stand op 12-2. De honger van Den Haag was nog niet gestild. Van Dee liet in de tijdnoodfase  een punt liggen met zijn remise. De laatste twee duels werden wel gewonnen. De aanval, die van Galen in een spannend duel verkreeg sloeg door. Poot won tenslotte combinatief, waarmee Den Haag voor de tweede opeenvolgende maal een grootse indruk achterlaat.

(Infobron HC)


Uitslagen Competitie Nationale Hoofdklasse

RDG/DIO  1    Hiltex

F.C.H. Ivens - A. Dybman 1-1

P.M. Malahe - R. Geurtsen 0-2

H.C. Scholten - J. Wiering 1-1

K. Toet - B. Raven 1-1

F.C. Luteyn - R.J. Clerc 0-2

Drs. E.P. Bronsting - J. Bastiaannet 2-0

P. Jeneson - H. Meijer 0-2

Drs. J. Lo-A-Foe - K. Thijssen 1-1

M.J.T. Hoogakker - W. Fleur 2-0

Drs. E. Holstvoogd - J. Livestro 2-0

 

3e ronde 14 oktober 1995 10-10

 

Fred Ivens 1

Alexander Dybman 1  

Hiltex  bord 1  ronde 3  14-10-1995

 

 1. 34-29 18-22 2. 40-34  12-19 3. 45-40 7-12   4. 31-26  1-  7 5. 50-45 16-21 6. 29-24 19x30   7. 35x24 20x29 8. 34x23 18x29

9. 33x24  12-18 10. 38-33  7-12  11. 33-29  14-20  12. 29-23 20x29  13. 23x34  10-14 14. 42-38 5-10 15. 47-42 14-19 16. 37-31 22-27

17. 31x22 17x37  18. 41x32 10-14 19. 26x17  11x22 20. 32-28 22x33 21. 39x28 12-17 22. 44-39 2-  7 23. 39-33  7-11 24. 46-41  17-22

25. 28x17  11x22 26. 41-37  8-12 27. 37-32 6-11 28. 42-37 12-17 29. 34-29 14-20 30. 37-31 3- 8 31. 32-28 19-23 32. 28x19 13x24

33. 38-32 9-13 34. 43-38 8-12  35. 31-26 11-16 36. 36-31 13-19 37. 32-27 20-25 38. 29x20 25x14 39. 49-43 19-23 40. 33-29  23x34

41. 40x29 22-28 42. 38-32 28x37 43. 31x42 14-19 44. 45-40 17-22 45. 40-35  22x31 46. 26x37 15-20 47. 43-39 19-23 48. 39-34  16-21

49. 35-30  20-25 50. 37-32 12-17 51. 42-37  17-22 52. 48-43  21-26 53. 30-24  4-  9 54. 43-38 9-13 55. 38-33  22-27 56. 32x21 26x17

57. 37-32  17-22 58. 33-28  22x33  59. 29x38 18-22 60. 38-33  13-18 61. 33-29  22-28  62. 32-27 18-22

Hoogtepunt van het Vriendendamtoernooi 1980. Frits Luteyn die erin slaagde voor de 4e achtereenvolgende maal het Vriendendamtoernooi te winnen.

Beker en lovende woorden voor Frits Luteyn

De Delftenaar Frits Luteyn won voor de 4e keer het Vriendendamtoernooi, en nam de beker van Arie Storm in ontvangst. Aanwezig waren: Jack Mondt, Tony Bruijns, Cees Vorselman, Lex Mulder. Arie Storm sprak bij de uitreiking vol bewondering over Luteyn, die het record van Ton Sijbrands, die drie keer op rij won, brak.

(Infobron: HC)


31 maart 2006 is er reunie van de Vriendendamkring in het speellokaal van ODB Haeghe Z.

Van Eijk regelmatigst Den Haag - De Schiedammer Rob van Eijk is zaterdag uitgeroepen tot de regelmatigste sneldammer bij de Vriendendamkring. Zelf eindigde hij als vierde terwijl z'n grote concurrent Anton Kosior (Dordrecht) in Joegoslavie deelnam aan het wereldkampioenschap op de 64 ruitenbord.

Het 120e en laatste sneldamtoernooi in de Haagse damsocieteit werd gewonnen door RDG-er Fred Ivens, die in 1967 ook het eerste Vriendendamtoernooi op z'n naam wist te schrijven. Cor Benjamens (Purmerend) eindigde als tweede en Hagenaar Frits Luteyn als derde. Organisator Arie Jacob Storm is er wegens verhuizing naar Vlieland na twintig jaar mee gestopt.

(Infobron: HC)


RDG/DIO 90 JAAR!

Op vrijdag 22 maart vierden wij het 90-jarig bestaan van onze vereniging. Onder de genodigden waren aanwezig o.a. Piet Stellaard en Martin van der Hout. De zaal in Om en Bij werd versierd met balonnen. Achter de tap stond Evert Bronsting die de gasten van drankjes voorzag. Na de toespraken van onze Ere-Voorzitter Peter Vink Sr. en Piet Stellaard (Voorzitter van de WHDB) werd aan de heer Jan Ates het bondsonderscheidingsteken opgespeld van de KNDB wegens zijn 50-jarig lidmaatschap van onze vereniging.

De viering stond ook in het teken met het behalen van het kampioenschap van het tweede (achttal) nu tiental van de WHDB.

De receptie duurde van 17.00-18.30 uur. Na afloop konden de gasten (die zich daarvoor hadden opgegeven) zich tegoed doen aan een goed verzorgde koud buffet.

Henk Scholten (Voorzitter van RDG/DIO veroverde de Haagse damtitel met een 100% score!


In het septembernummer aandacht voor Oud-Wereldkampioen dammen Jannes van der Wal die op 24 september 1996 op 39-jarige leeftijd  (bijna 10 jaar geleden) overleed.